Dikke vette mist

Ik zit achter bloemen - heel veel bloemen. Mijn tafel staat er helemaal vol mee. Zelfs op de grond staan vazen met imposante boeketten. De geurig, kleurig en heel aanwezig staan in stil contrast met mij: grauw en grijs en afwezig. ‘Keukenhof of corso’, schiet het door mijn hoofd. De lokale bloemist is er kneiterdruk mee. ‘Zeg het met bloemen’, bedenk ik me. Ik vind het een zinloze weelde. Gelukkig zijn er mensen om de stelen schuin af te knippen. Mensen die het snappen, die stilletjes Chrysal toevoegen voor de houdbaarheid en een mooi plekje vinden in de Floriade in mijn huiskamer. Mensen die je op het juiste moment even laten en doorpakken als het nodig is.

Het is best druk in de kamer. Mensen lopen in en uit. Er wordt druk overlegd, maar het gaat allemaal een beetje langs me heen. Ik ben niet gedachteloos, maar mijn gedachten zijn te ver weg, verborgen in  een dikke vette mist. Haast ondoordringbaar. Het is een dichtgetrokken gordijn dat mijn hersenen beschermt tegen mijn gedachten. Het licht blijft buiten, ik zit graag in het donker. Het geeft me rust, het is een kussen om in weg te zakken. Ik blur, en dat wil ik eigenlijk ook graag. Ik wil niet zijn, ik wil weg: ‘laat me maar even, dit etmaal, deze week of deze maand!’. Het kan alleen niet. Verstoppen kan niet voor de kinderen en ook niet voor mijn verplichtingen. Het is nog niet af. We moeten nog afscheid nemen. Aan mijn oppervlakte drijven wat lege overpeinzingen; ‘welke dag is het eigenlijk vandaag?’, leuk al die bloemen, maar wat doe ik er straks mee?’, ‘de kat moet nog eten zo’, ‘wat is een beetje een acceptabel tijdstip om mijn eerste wijntje in te schenken?’, ‘hoe lang duurt deze dag nog?’ en ‘heb ik al gedoucht?’.

De aanwezigen vormen een committee. We plannen de crematie van Claar. Komende donderdag is de crematie. Bloemen komen en mensen komen én gaan. Er moet een boel gebeuren en ik zit aan de hoek van de tafel, in mijn herinnering, de hele dag. Het valt me op en tegen dat mensen tegen me blijven praten. Over Claar, over gevoelens, over eten, over vakantieplannen, over koeien, over bloemen, over kalveren. Zien ze niet dat het totaal niet binnenkomt? Dat ik niet wil, dat ik weg wil? Dat ik apathisch en plichtmatig antwoord geef vanuit mijn onderbewustzijn?

Waar ik wel scherp op ben? Op kaarten, kist, sprekers, foto’s, gastenlijst, locaties, auto’s, placeren, volgorde, kinderen, rollen, route, catering, kleding, toespraak, budget en muziek. Ik heb een lieve vriendin van Claar gestrikt om regie te voeren. Zij schakelt voor mij met de twee dames uitvaartbegeleiders. Ik hoef alleen maar beslissingen te nemen. Het leven draait niet meer om overleven, maar om overlijden… Wat wil je, Wouter? Wat wil je voor de kinderen? Wat wil je voor de familie? En wat wilde Claar? En ging het afgelopen jaar nog voornamelijk over Claar, nu gaat het om iedereen. Zelfs om de mensen die op vakantie zijn. Het is passen, meten en soms creatief zijn. Ik overweeg, bedenk en beslis en zak dan weer resoluut terug in de veilige, dikke mist waar ik naar verlang.

Er zijn twee uitvaartbegeleiders, twee dames, die heb ik via-via aangenomen een uur na het overlijden van Claar. Ik zou graag willen zeggen dat het ‘meteen goed voelde’ en er ‘een goed gesprek aan vooraf ging’, maar dat weet ik niet meer en ik betwijfel of we zo’n gesprek hebben gehad en of het me echt interesseerde. Het moest gebeuren en ik kon het niet alleen. In de wekelijkse advertentie van de lokale krant van Bunnik lachen de regionale uitvaartbegeleiders je begrijpend toe. Met teksten als ‘een uitvaart met persoonlijke aandacht’, uitvaartzorg op maat’, heeft u al nagedacht over uw uitvaart?’, de ceremonie van je leven’, met respect, zorg en persoonlijke aandacht’, ‘blijft in de kantlijn’ paaien ze nabestaanden. Zouden achterblijvers echt verschillende gesprekken voeren om zich te verzekeren van de aller-allerbeste uitvaartbegeleiding? Dan heb ik ze liever via-via.

Ik sprak ze onlangs, mijn uitvaartbegeleiders van Rooshert. Ik liep ze onlangs tegen het lijf. Ik herkende ze niet meteen (sorry). Pas na een paar verkennende vragen en antwoorden viel het kwartje. Het werd een leuk gesprek. Claar had een prachtige uitvaart. Niet geheel vlekkeloos, maar wel echt heel speciaal. En het was mooi om er nu gezamenlijk even kort op terug te kijken, op de dienst, op het verhaal, op de keuzes. Het voelde vertrouwd om er nu grapjes over te maken en er samen om te kunnen lachen. Vreemd genoeg maakte dit toevallige gesprek me bewust dat ik een wezenlijke behoefte had aan zo’n terugblik.

Dus '(sorry)'? Nee, eigenlijk niet. Het is een juist compliment dat je ze bent vergeten omdat je zelf grauw en grijs en afwezig bent. Het zijn de mensen die om je heen werken, die begrijpen dat je niet kan denken, omdat je mistig, leeg en onwetend bent. Dat je even 'overmand' wilt worden door mensen die het wél begrijpen, die zin van zinloos maken en die gaan bewegen als alles stil lijkt te staan. Op zo’n moment gaat het om mensen die je op het juiste moment even laten en doorpakken als het nodig is. Simpel, overzichtelijk en fijn. Er is veel langs me heen gegaan de week van de crematie. Ik zocht houvast. En kennelijk nog steeds. En dat maakte de ontmoeting met mijn uitvaartbegeleiders zo bijzonder. Het was een bevestiging, evaluatie en nazorg, zonder de dikke vette mist van toen. Dat is wat ik nodig had: teruggrijpen en begrijpen. En dat is wat zo’n kort gesprek allemaal met je doet. Dus dames; een aanrader en wéér goed gedaan! 

Opruiming - 29 september

En daar zit je dan. Met chaos in je hoofd en met drie kinderen in je huis. Kinderen die liefde, ruimte, regelmaat en aandacht nodig hebben. Hoe pak je het aan? Hoe krijg je het geregeld? Zelfs met Claar erbij hadden we soms al moeite om het drukke huishouden vorm te geven en nu zit ik hier met een torenhoge verantwoordelijkheid voor drie kinderen, een kat, een huishouden en niet in de laatste plaats voor mezelf.

Wat doe je dan als eerste? Hoe biedt je de chaos in je hoofd het hoofd? Mijn antwoord; Opruimen! Weg met alle zooi! Elk vrij moment dat ik had, ging ik opruimen. Keukenkastjes heb ik leeggemaakt, herindelen en een lap er doorheen. Nuttig, maar het lucht niet op. Dus snel nog meer opruimen; de voorraadkast uitgemest, de gangkast leeggemaakt en alle overdata eruit, de kast in de woonkamer aangepakt, de ontplofte kledingkasten van de kinderen geschikt en die ene la vol met troep (bij ons zijn dat er trouwens drie) weer keurig gemaakt. De enige kast die geen beurt kreeg was de kledingkast van Claar, die moest precies zo blijven als ie was.

Ik had bedacht dat ons leven zonder Claar gewoon door moest gaan. Ik had het Claar beloofd en ik hield krampachtig vast aan de opdracht die ik mezelf had opgelegd. Ik wilde alles heel goed doen, haast perfect doen. En alles moest dus gewoon doorgaan: we blijven sporten, we gaan naar school en naar het werk, ik coach JC1 nog steeds, ik blijf in de barcommissie en bij de kookclub. Ik had ook bedacht dat we het allemaal zelf moesten kunnen. Hulp van buitenaf riep ik een halt toe. Kinderen zijn verantwoordelijk voor school, daar jaag ik niet achterna. Ik werk en regel het huishouden. Geen ‘lasagnes meer aan de deur’, de kinderen gaan helpen koken. Lucas kookt op maandag en Max kookt op woensdag, elk een dag in de keuken, ook handig voor later. Zonder hulp van buitenaf kon ik goed zien waar gaten zouden vallen en daar zou ik dan op kunnen schakelen. Dat was het idee.

En zo leefden we in een schoon en opgeruimd huis, keurig allemaal. In een familieagenda plotten we werken, leren, sporten en alle andere activiteiten om de structuur te krijgen waar ik zo’n behoefte aan had. Er was ruimte voor verdriet, als het er was, maar verder niet. Gezin De Kleyn ploertte voort en voort en als iedereen gezond was en zich aan de agenda hield, was ik tevreden: ‘we doen het best goed.’ Maar een kind ziek thuis of met tegenvallende schoolresultaten voelde als een persoonlijk falen. Net als de talloze kapper-, tandarts, fysioafspraken die ik heb gemist. Het gebeurt me nog regelmatig en dan kan ik heel boos op mezelf worden. Alles moet op rolletjes en dat lukt natuurlijk niet, dat lukt in geen enkel gezin.

Trouwens, leuk bedacht dat de jongens gaan koken, maar daar kwam ook niet veel van terecht. Het is waarschijnlijk te wijten aan mij gebrek aan geduld, maar ook aan de desinteresse van de jongens. Het begon altijd met stevig tegenstribbelen en als ze dan uiteindelijk aan de slag gingen mondde het al snel uit in: ‘pap, kun je nog een keer voordoen hoe je een ui snijdt?’ - maar dan bij elke ui, prei, paprika of courgette. En als het even kon, drukten ze hun snor, dan hingen zij op de bank en ik boven de pannen. Ik heb De Kleyne fijnproevers ook nooit echt kunnen betrappen op en prijsbewuste keuze in de plaatselijke Albert Heijn, maar er was altijd genoeg snoep en chips in huis.

Onderling ging het ook niet altijd even florissant. Veel ruzie en onbegrip, alles moest immers goed en snel van mij. Alles in mijn tempo. Dat tempo kon ik eigenlijk niet verlangen van kinderen van 7, 12 en 14 jaar oud. Dat wekt frustraties op. Dus moesten we om tafel, Max’ idee. ‘Hoe gaan we nu met elkaar om en wat kan er beter?’ De kinderen liepen alle drie leeg op het vel papier waarop ik notuleerde. We hadden afgesproken dat ik met een paar heldere omgangsregels zou komen, zodat we elkaar daar op konden aanspreken. Nou, die hebben we:

  • We zijn lief voor elkaar
  • Als we iets afspreken, doen we het
  • We zijn eerlijk tegen elkaar
  • We werken samen, delen en ruimen op
  • We vragen het als we iets pakken
  • We doen de WC-bril omhoog
  • We doen eerst iets wat we moeten doen, dan kunnen we daarna iets doen wat we willen doen
  • We laten geen scheten waar anderen bij zijn
  • We laten elkaar uitpraten

Deze stelregels sieren sinds 2017 ons schrijfbord in de huiskamer. In het begin sprak ik de kinderen er nog op aan, maar steeds minder verwijs ik naar het bord. Catho is eigenlijk de enige die de jongens er nog op aanspreekt, maar dat lost haar schetenprobleem niet mee op, het blijven jongens.

We zijn nu een paar jaar op weg. De band met mijn kinderen is gegroeid, verdiept. Ik voel me meer een ouder mét de kinderen dan een ouder ván de kinderen. Het huis is nog steeds best netjes, maar alle kasten zijn weer een zooi. Als het goed gaat, gaat het goed. Er is ruimte voor verdriet, als het er is. Het lijkt soms net of we het allemaal prima voor elkaar hebben. Maar nog geregeld betrap ik me op boosheid en frustratie omdat het niet lukt, omdat het niet goed genoeg gaat, omdat we dan toch nog niet zo ver zijn. Wil ik te graag? Wil ik het achter me laten? Weg bij de chaos in mijn hoofd? Ik denk het, en misschien wel tegen beter weten in. Gelukkig kan ik altijd nog wat gaan opruimen.

Knooppunt Holendrecht - 15 september 2019

Op 30 juni 2016 kreeg Claar haar terminale diagnose. Strijdbaar bood ze haar ziekte het hoofd om haar leven te rekken, maar hoe lang je dan gegeven is weet je niet. Het bleek een jaar en twintig dagen te zijn. Ruim de tijd om jezelf en de kinderen voor te bereiden op het ergste, zou je denken. Ja, dat zou je denken.

We hebben er natuurlijk veel over gesproken hoe het verder moest zonder haar. We hebben gesproken over psychologische steun voor de kinderen. Over de nalatenschap, over opvoeding, over kwaliteit van leven, over geld, over haar zorg voor haar ouders, over de volgende vakantie, over mijn carrière, over muziek bij de crematie, over hoe verder, over palliatieve sedatie, over haar bucketlist – die ze niet had, over een nieuwe partner voor mij, over onze mooiste herinneringen, over verlangens, over angst, over wat we aten die dag, over vertrouwen, over de dood.

Ik probeerde me wel eens voor te stellen hoe het zou zijn als ze er niet meer zou zijn. Als ze dan de krant aan het lezen was, stelde ik me de situatie voor zonder Claar en zonder dat dampende glas kamillethee, alleen de opengeslagen krant. Ik zag het beeld, maar voelde de leegte niet. Dat kon ik toen nog niet. Of dat ik alleen in bed zou liggen, zonder Claar naast me. Ik staarde dan in het donker naar het plafond, me toch heel bewust van haar rustige ademhaling naast me. Het lukte me niet om haar weg te voelen.

Het is niet vooraf voor te stellen. Die indringende leegte kwam pas later en die kwam keihard binnen. Toen ik op de dag van haar overlijden het ziekenhuis verliet, had ik mijn drie kinderen in de auto. We waren allemaal stil. We voelden de stilte, maar niemand durfde haar te doorbreken, bewust van de ontbrekende passagier. Op dat moment bedacht ik me welke conversatie ik met Claar zou hebben gehad op de terugweg. ‘Die dokter, die later kwam, wat kwam hij nou precies doen? En waarom moesten we daar zo lang op wachten? En heb je trouwens de schoenen gezien die hij aanhad?’ Gewoon een simpel gesprek tussen twee volwassen. Het kon niet meer, nooit meer en dat had ik niet voorzien. Ik barste in tranen uit, vlak na knooppunt Holendrecht op de linkerbaan van de A2.

Het was een eerste keer van ontelbare momenten die daar nog op zouden volgen. Ik had nooit bedacht of me voorbereid op het verdriet dat ik zou voelen, wetende dat ik haar nooit meer zou spreken. Zoiets wezenlijks, nooit aan gedacht. Een vreemde gewaarwording voor een man die al ruim een jaar bezig is met afscheid nemen. Terugkijkend, denk dat de zorg voor Claar, de kinderen en het huishouden met heel erg in het moment hield. Ik was de hele tijd bezig om alles aan de praat te houden; werken, scholen, sporten, wassen, koken, zorgen en zoveel mogelijk leuke dingen doen. Ik was veel te druk om te beseffen, om te voelen. Ik was te druk om vooruit te kijken - of misschien te bang om vooruit te kijken?

Wil je reageren of aanmelden voor nieuwe updates? Stuur dan even een email naar wouter@updateclaar.nl.

 

Vluchtgedrag - 1 september 2019

Ik wil bij het begin na het einde beginnen, maar waar is dat eigenlijk?  De crematie? Het moment van overlijden? Dat voelt nu nog te intens en te persoonlijk en we beginnen pas net. Beginnen begint gewoon met doen, denk ik. Nou, bij deze!

Voor de nieuwe insteek van updateclaar geloof meer in frequentie dan chronologie. Ook Claar schreef haar update met regelmaat. Zij berichtte steeds over haar afgelopen week. Ik geef mezelf wat meer ruimte in mijn blogs. Elke twee weken zal ik u berichten, maar de onderwerpen staan vrij, goed?

Ik begin graag met een column voor de krant ’t Groentje – Bunniks Nieuws die ik daags na de crematie heb geschreven. Het was juli 2017 en ik vond het belangrijk dat we, ondanks alles, op vakantie zouden gaan. We waren zo druk geweest met afscheid nemen, dat we weg wilden. Ik wilde niet meer thuis zijn. Het voelde er leeg en alleen. Ik wilde warmte en afleiding voor de kinderen. Het huis uit, ontsnappen uit het donker, op zoek naar zon. We zouden er een leuke tijd van maken. Tegen beter weten in, dat wel. Zo ontstond de onderstaande column ‘Kleyne Lettertjes:

Vluchtgedrag

Bunnik voelt leeg aan. Het lijkt wel of iedereen weg is en dat is ook wel een beetje zo. Carla en Michiel zijn op Corsica, Emmy en Frank in de States. Carien en Harry zijn in Thailand, Wouter wandelt door de Pyreneeën en een andere Wouter bezoekt Wenen. Ik zie foto’s van lachende mensen met glazen bij zwembaden. Ze lachen me toe en proosten op het leven. Allemaal op reis, de sleur ontvluchten. 

Geen praatje met bekenden in de Albert Heijn, de paden vullen zich met vakantiegangers uit eigen land, en met Duitsers en Polen, hoewel die laatsten misschien vanaf de camping een woninkje afstucen. Ze vergapen zich aan onze heerlijke kazen. Een praatje maken zit er niet in, ze kijken enorm van zich af en mijn Pools is gewoon niet zo goed.

Een paar winkels in de Dorpsstraat laten aangepaste openingstijden zien of zijn zelfs een weekje dicht. De Dorpstraat waar jij pas nog liep. Ik sta voor dichte deuren. Verdorie, wat onhandig! Ik moet nog wat zaken voor je regelen, maar dat kan nu niet. De enige die me uitkomst biedt is de Mitra, maar een vlucht in drank biedt slechts tijdelijk soelaas en dan moet ik weer ontwennen met de keiharde realiteit.

Ik zie je nog schuifelen door de straat. Mensen van twee keer jouw leeftijd haalden je in. Veel te jong voor een rollator, maar ook veel te jong om alleen maar thuis te zitten. ‘Even een frisse neus halen, en kaas op de markt’, zei je dan. Je was jaloers op de hardlopers die we tegenkwamen. ‘Zal ik dat ooit weer kunnen?’ vroeg je me. ‘Tuurlijk’, loog ik dan. Die verdomde rotziekte! Nu zou ik je graag weer even zien schuifelen, dat had ik toen tenminste nog.

Bunnik voelt leeg aan. In mijn agenda verschijnt een notificatie van onze vakantie. Ik ben al een lijstje aan het maken van de dingen die mee moeten; paspoorten, opladers, zwembroeken, noem maar op. De kinderen moeten hun eigen koffer pakken, voor het eerst. Ik vertrek, maar voor mij is het vluchtgedrag. En ik ben heel erg bang dat ik de leegte op mijn reis niet kan ontvluchten met deze vakantie. Dag lieve Claar!

En dat is het dan. De kop is er af. Wil je reageren of aanmelden voor nieuwe updates? Stuur dan even een email naar wouter@updateclaar.nl.