Jarig

Catho is woensdag jarig. Ze wordt 10 jaar en is in alle opzichten een grote meid. Ze is er al maanden mee bezig en nu is het bijna zover. De voorbereidingen zijn in volle gang. Kinderpartijtje gepland, uitnodigingen de deur uit, traktatie gekocht, ook voor de glutenvrije vrienden, grote-mensen-feestje in de agenda, verlanglijstje afgetikt en cadeaus in huis gehaald. Het is een arbeidsintensief feestje, zo’n kinderverjaardag.

Het is alweer de derde zonder mama. Op het digitale fotolijstje in de woonkamer komt de laatste editie met Claar nog regelmatig voorbij. Iedereen in het ouderlijk bed, breed lachend naar de camera, overal pakpapier en mama die twee duimen opsteekt, haar haar korter en blonder dan doorgaans. Het olijke tafereel herinnert aan een tijd dat feestjes nog feestjes waren.

Tegenwoordig wil ik het liefst zo snel mogelijk achter me laten. Ik doe het allemaal nog steeds hetzelfde; de avond voor de verjaardag span ik de slingers tussen de twee lampen in de woonkamer. In de extra vroege ochtend verzamelen de kinderen zich in het bed, de jongens voelen het als een verplicht nummer en knijpen met hun ogen naar de felle lamp in mijn kamer en maken flauwe grappen dat er helemaal geen cadeaus zijn, we zingen tamelijk zacht en vals een paar verjaardagsliedjes en dan pak ik de cadeaus uit de kast, Catho zit rechtop en met twee gretige kinderhanden worden de cadeaus stuk voor stuk onthuld. Deze is van Pinchos, deze is van Lucas en deze van Max. Iedereen komt aan de beurt. Ook Claar. Catho mag van tevoren kiezen welke van Claar is en dat is meestal het grootste cadeau. Daarna naar beneden voor ontbijt en het klaarzetten van de traktatie. Catho glimt van trots als ze met het dienblad vol lekkers naar school loopt.

Maar verjaardagen zijn ook de jaarlijkse hoogtepunten waar het gemis sterk wordt gevoeld. Ik merk dat ik het lastig vind om alles te plannen, alleen de slingers op te hangen, alles in te pakken en de vrolijke Frans te spelen op de dag zelf. Claar was van de verjaardagen, dat stond in onze taakverdeling. Zij regelde alles, daar had ze lijstjes voor. Ook Catho voelt in aanloop naar haar verjaardag meer verdriet om haar moeder. In de maand voor haar verjaardag wordt het verdriet wat tastbaarder.

Het kinderpartijtje is geregeld. We gaan zwemmen met een selectie van vrienden en vriendinnen. Er is stevig over onderhandeld; wie mag wel mee en wie niet. Sommige kinderen zijn elk jaar van de partij, anderen wisselen. Vragen en terugvragen, de regels zijn soms ondoorgrondelijk en soms keihard. Maar het klasgenootje dat haar een keer toebeet; ‘ik ben blij dat jouw moeder dood is’ is onverminderd in de ban, die ‘mag niet op mijn partijtje komen!’

De hoogtepunten in het leven van mijn kleyne meid zijn niet langer zuiver en onbezorgd: het feest is voor altijd zwart omrand en het maakt niks uit hoeveel cadeaus je er ook tegenaan gooit, treur is op de achtergrond. Je kan nog zo je best doen om de rituelen in stand te houden, het is nooit meer hetzelfde. Toen ik haar er naar vroeg, antwoordde ze: ‘het is naar, vervelend en naar dat mama er niet op mijn verjaardag is.’ Dus doen we het dit jaar anders, op verzoek van Catho verstoppen we alle cadeaus in de woonkamer, dan duurt het lekker lang. Oh jottum…

Tweeling

Ik ben op 9 juni jarig. Mijn sterrenbeeld is tweeling. Een interessant zonneteken, want ‘mensen met Tweelingen als horoscoop hebben een tweeledige persoonlijkheid, zijn complex, tegenstrijdig en moeilijk te definiëren. Het positieve hiervan is dat ze zich makkelijk kunnen aanpassen, maar aan de andere kant hebben ze hierdoor twee aangezichten en zijn ze wispelturig.’ Ik heb niet veel op met sterrenwichelarij, maar ik ontkom er niet aan dat ik me hier deels in herken.

Ik ben Wouter van ‘voor’ en ‘na’. De man van voor verlangt naar het verleden, wat was, de man van na hangt naar de toekomst, wat wordt. De ene kant van mij koestert de momenten van verdriet, ik probeer ze toe te laten en zelfs op te zoeken, want het brengt Claar weer dichtbij. Nee, ik ga niet in een donkere kamer op een kleedje zitten om even lekker neerslachtig te zijn, maar als het verdriet zich aandient, dan probeer ik er meer tijd voor te maken, me er meer van bewust te zijn. Er meer ruimte voor te laten. Dan man van voor wil blijven hangen, wil treuren, wil niet verder, wil zwelgen, alleen zijn, alleen voelen.

En verdriet zit overal verstopt. Het bespringt je als je het minste verwacht, je hebt het soms zelfs niet eens door, dan hangt het beklemmend om je heen tot je beseft wat er is gebeurd. Dat kan pas dagen later zijn en tot die tijd loop je met een onbestendig zwaarmoedig gevoel rond. Je grauwt en grijst door de dagen en vraagt je af waarom eigenlijk. Verdriet ligt op de loer en houdt je plots een foto voor, of een teruggevonden nagellak, of wijst je op een pannenkoekplant, maar ze toont je ook de plekken en plaatsen en herinneringen die ze oproepen. Ze zit in een geur, of een smaak, een liedje op de radio. Ze zit in de kinderen en slaat soms hard en hartverscheurend toe.

De man van na kijkt vooruit. Die wil verder, die wil beleven, die wil achter zich laten. De man van na organiseert feestjes, borrels en gaat graag uit. Drank, muziek, afleiding, met mensen om zich heen. Hij beweegt verder, wil zich ontwikkelden, wil ontdekken. In zijn leven is ruimte voor nieuwe mensen, nieuwe besten, een nieuwe werkgever en zelfs voor nieuwe liefde. Hij mag zich daar gelukkig mee prijzen en dat doet hij ook. Echt waar! Maar vergeleken met de man voor is hij is druk met het nieuwe leven vorm geven en afleiden. Soms zo druk dat hij de man van voor soms verdringt (of moet ik zeggen; verdrinkt). De man van na eist regelmatig de aandacht op, de man van voor is meer bescheiden. Ze bewegen voortdurend langs mekaar, de Wouter van voor en de Wouter van na, als uitwisselbare identiteiten.

Soms is het lastig om te begrijpen wie ik ben of wie ik meer de ruimte geef. We zijn twee en een half jaar verder en tevoren had ik bedacht dat ik al veel verder zou zijn – tegen beter in, dat wel. En als ik goed naar mezelf kijk, dan lijkt het tijd dat ik de man van voor meer ruimte geef en de ander iets temper. Maar tegelijk ben ik trots op de man van na, die keihard zijn best doet om het me naar de zin te maken. En misschien zit er wel een heimelijk verlangen om eerst af te ronden voordat ik doordender. Maar ik heb ze allebei nodig. Samen vormen ze mij.

Als je verdriet herkent en je er bewust van bent, dan heeft dat ook iets moois. ‘Mama missen heeft ook iets gaafs’, zei ik laatst tegen Catho, ‘het brengt haar even dichterbij en het laat je voelen hoe heel veel je van haar hield. Het is goed om er aan te denken en om haar steeds te herinneren.’ Mijn verdriet koester ik het liefst alleen, buiten het zicht van anderen. ‘Tweelingen kunnen ook ontmoedigd en humeurig raken, hoewel ze nooit zullen toestaan ​​dat dit zichtbaar is voor iedereen, maar voor naaste vrienden en familie is het wel zichtbaar. Tweelingen willen meestal dat iedereen om ze heen denkt dat ze altijd blij zijn en dat stress geen invloed op ze heeft.’ Je ziet het; alles heeft zo z'n voor's en z'n na's...

Oud & Nieuw

We schrijven 2020. 2019 zit in het archief en we hebben ons dit jaar goed door Sinterklaas, Kerst en oud & nieuw bewogen. Sinterklaas in oude stijl met teveel cadeaus en nieuwe mensen, kerst en oud & nieuw in nieuwe stijl, met een dikke disco in de woonkamer. Maar sommige dingen veranderen niet, want traditiegetrouw stond onze kerstboom al op 6 december. Ik vind het altijd weer een gedoe om alle dozen van de vliering op zolder naar beneden te brengen. Ik had daar in het verleden altijd woorden over met Claar, maar de boom moest en zou daags na Sinterklaas staan.

We hebben een nepperd – al jaren. Een bonte boom met felgekleurde knipperlampen en een ratjetoe aan ballen en elk jaar ziet ie er hetzelfde uit. Elke bal brengt een andere herinnering. Allemaal spullen die Claar had gekocht. Claar hield van Kerst, want dat bracht gezelligheid, Mariah Carrey, Wham, de Top 2000 en lekker eten. 

Max en Catho hebben de boom opgezet - eigenlijk wel fijn, want ik houd dan toch liever wat afstand. Ik heb ondertussen me beziggehouden met het opruimen van mijn kasten. De speelgoedkast, de rommella, de keukenkast en de kast in de woonkamer. Ik heb ze allemaal compleet uitgemest. Kennelijk vond ik het nodig in een niet te onderdrukken behoefte om orde te scheppen. Inmiddels weet ik dat opruimen vaak compensatiegedrag is om gemis weg te drukken en om gedachten op een rij te zetten. Oud en nieuw. Ruimte maken in de kasten om ruimte te maken in het hoofd.

Ik heb Claar veel door mijn handen gehad. Haar ongebruikte stappenteller, alle bemoedigende kaarten van vrienden en familie, haar schoolbeker van vroeger, haar oude paspoort, haar pasfoto’s, haar notitieblok, oude familiefoto’s, het plastic echtpaar dat onze bruidstaart sierde, niet verzonden overlijdenskaarten, de troostende kaarten na haar overlijden. Ik heb ze niet gelezen. Ik heb het opgeruimd. Gearchiveerd. En met de komst van de kerstboom was er ook weer plaats op de vliering.

Het voelt raar om Claar ‘op te ruimen’, maar het gebeurt meer en meer en het gaat ook haast vanzelf, omdat er een soort noodzaak bij me ontstaat. En tussen de foto’s op het toilet en in het digitale fotolijstje op de schouw verschijnt meer en meer ons nieuwe leven naast het oude leven met Claar. Wij bewegen verder en zij is er altijd, in dierbare nagedachtenis bij ons allemaal, maar de tastbare herinneringen aan haar hebben we nu even niet meer nodig. Die staan ‘op afroep’ op de vliering, en inmiddels weer naast haar kerstboom.