Lieve Claar,

Is weer even een tijdje geleden dat ik je heb geschreven. Ben je niet vergeten hoor! Sterker nog, misschien ben ik afgelopen maanden wel meer met je bezig geweest dan ooit, althans sinds je overlijden dan. De Coronatijd waar ik je laatst over vertelde heeft me aan huis gebonden. En de kinderen ook. En met werk en kinderen voortdurend door en langs elkaar was er eigenlijk nauwelijks een moment om even te bezinnen. Een moment voor jezelf heb je dan alleen op de w.c. Het werd soms allemaal wat veel en dat vertaalde zich in boosheid, vermoeidheid, geïrriteerdheid en chagrijn. Vooral door de week. Dat wist ik eigenlijk alleen te doorbreken met drank. Ik werd een beetje de ouwe klagende man die ik in me heb en waar jij me altijd voor waarschuwde. Ik heb je natuurlijk beloofd dat ik ‘alles zo goed mogelijk ga doen’. En dat doe ik ook, maar soms is het lastig. Want opvoeden is gewoon keimoeilijk!

Sporten lag stil, naar kantoor ga ik niet, Albert Heijn is mijn dagelijkse uitje. Het huis van De Kleyn was gewoon te klein. Vier muren, vier mensen en een kat. De jongens permitteren zich al jaren meer vrijheden overdag, dat kon natuurlijk ook, met papa op kantoor en Catho op school of BSO. Die ruimte wordt nu ineens ingenomen door een altijd aanwezige opzichter, en met een scherp oog - dat ook nog eens. De jongens hebben dezelfde interesses, dus meer en meer teamen ze tegen hun vader en ik word regelmatig in de leuren gelegd. Ze zijn vindingrijk, maar geen zorgen, ik leer snel. En waar ik me druk maak over werk, huishouden, opvoeding en opleiding maken zij zich totaal niet druk. Huiswerk is er niet of in een kwartier klaar, en huiswerk maak het beste op je bed. Zuchtend en steunend worden er kleine huishoudelijke taken verricht voor ze zich weer zo snel mogelijk afzonderen op zolder. Ze hangen levenloos in het rond, behalve als er matties zijn, dan zitten ze net iets rechter, maar blijven de ogen onlosmakelijk op het scherm voor zich gericht, terwijl ze om beurten wat onverstaanbaars mompelen.  

Een gewoon antwoord krijg ik niet meer. Dus zorg ik er voor dat ik heel specifiek ben in mijn vraagstelling, want ze duiken waar mogelijk. ‘Heb jij die koekjes opgegeten’, levert me alleen maar ‘nee’ op. Het geeft teveel ruimte voor ontkenning. ‘Heb jij ergens tussen eergister en vandaag dat pak Bastognekoeken uit de kelderkast gepakt en geheel of gedeeltelijk, alleen of met vrienden, opgegeten?’ Dat kan me een antwoord opleveren. Tegenwoordig laat ik ze, waar mogelijk, alle ongevraagd gepakte catering direct opnieuw halen. Komen ze nog eens buiten. Eerlijkheid is sowieso altijd even schakelen voor de jongens. Vermoedens en achterdocht zijn er volop, de verhalen zijn vindingrijk en ongeloofwaardig, bewijs is vaak schaars of niet van hun, maar slechts in bezit in bewaring voor matties. Zij hebben het zelf nooit gedaan, maar dat betekent niet dat de ander het gedaan heeft. Het vergt nog best veel afstemming tussen mij en beide jongens voor het hele verhaal duidelijk is, als dat al lukt. Dat doe ik door van de ene naar de andere kamer te pendelen, telkens met dezelfde vraag en de laatste ontkenning van de broer als basis, maar ik kan ook flink heen en weer bellen of appen. Ze hebben hun telefoon niks voor niks. Ik denk dat wij samen vaak hartelijk om zouden lachen om de verhalen. Het is zo herkenbaar van vroeger. Weet zeker dat jij nog wel een paar goeie tips voor ze hebt. Ik vind het allemaal best vermoeiend, zeker als er ook nog een lange actielijst in je hoofd zit, snap je?

Waar de jongens vanaf Corona dag één in de vertraging schoten, was ik aan het accelereren en dat gaat slecht samen. Vanachter de laptop op tafel zie ik ze einde ochtend of begin middag binnenkomen, in onderbroek of kamerjas. Ik ben dan ondertussen in de derde teamsvergadering beland. De jongens bewegen zich langzaam richting het ontbijt. Of ze een eitje mogen bakken, of er ‘alleen maar dit brood’ is, waarom de melk op is, waarom wij nooit normaal beleg hebben. En terwijl ik gemute hun vragen beantwoord, krijg ik diepe zuchten en rollende ogen op mijn wedervragen over hun bijdrage aan het geheel. Dan besluiten ze anders, kleden zich aan en vertrekken. Snacks of broodjes en donuts van Albert Heijn moeten dan maar uitkomst bieden. Catho was veel thuis en mijn trouwe supporter. Ze kon me af en toe ook een clue toespelen of de jongens bikkelhard snitchen, maar nu ze weer naar school gaat, merk ik toch dat het gemoed van Catho ook draait. Laatst wilde ze ‘haar oude vader’ terug. Ze vind me strenger en dat ik minder tijd voor haar heb. Dat zet je toch aan het denken. Is dit nou het punt waar ik na drie jaar keihard ‘alles zo goed mogelijk doen’ ben beland? Opvoeden zou nu toch allang makkelijker moeten gaan?

Zo dicht op elkaar leven in een pressure cooker gaat maar zo lang goed. Dan knalt het. En het knalt hier geregeld. Opvoeden is liefhebben, maar ook begrenzen. En dan gaat het om kleine ergernissen, om futiliteiten, maar ook om grote dingen. Een verkeerde blik over tafel, een opleiding niet gehaald, zorgen om drank- of drugsgebruik, geplunderde voorraadkast, gemiste afspraken, uitgavenpatronen, voeding, scheten laten, nieuwe school vinden, vechten, opruimen, het kan van alles zijn. En het ligt heus niet altijd aan de kinderen. Ik wil zo graag dat alles goed gaat, dat het me minder leuk maakt. Ik stel de grenzen die zij verleggen. Keer op keer. Ik vind het vaak lastig om me daartoe te verhouden, omdat ik soms in een splitsecond moet beslissen over ‘hoe ons leven er vanaf nu voor altijd verandert’, al valt dat vaak mee. Zij accelereren ook, maar dat heeft niet zoveel met constructief, productiviteit of opruimen te maken, maar met ontplooien, groeien, ontdekken en het verzetten van pappa’s piketpalen. Doen ze goed. Elke dag opnieuw.  

Elke keer als ik denk dat ik het onder controle heb en soort van snap schiet er toch één van de drie uit de bocht. Maar is dat erg? ‘Met vallen en opstaan’ is toch heel leerzaam? Maar druist het misschien in tegen mijn ‘alles zo goed mogelijk doen’. Waarom laat ik ze niet meer? Wil ik ze heel dichtbij houden? Is begrenzen wat ik wil? Het is heel bewerkelijk en laat me echt niet van mijn leukste kant zien. De kinderen willen het in elk geval niet, getuige de uitspraak van Catho. En de jongens zijn hun opzichter ook best beu. Ze willen verder en ze willen anders. Moet ik het niet wat meer laten gaan? Loslaten en vertrouwen? Ze doen eigenlijk nooit wat ik zeg. Helaas, want dan moet ik het onthouden en herhalen en ik vink zo graag wat af. Maar het zijn leuke, lieve, avontuurlijke kinderen met een gezellige groep vrienden in het kielzog. Ze kijken naar elkaar om. En ik krijg doorgaans leuke verhalen over de kinderen als ze bij anderen zijn geweest. Dat zegt toch een boel, vind je niet? Dat geeft vertrouwen. En als ik met ze praat dan krijg ik sterk de indruk dat zij ons huis als veilige basis beschouwen, waar ik het nog wel eens als een kaartenhuis beschouw. Dat zegt wat over mij. Jij wilde geen ouwe chagrijn, onze kinderen ook niet. En misschien leer ik dat nu langzaam drie jaar ploeteren, dat het allemaal ook minder kan. Dat een zeven soms genoeg is, ook uit zelfbescherming. Ik weet zeker dat jij het me allang gezegd zou hebben, en de mensen om me heen doen het ook, met regelmaat. Maar ik schijn het te moeten meemaken voor ik het echt begrijp of van iemand aanneem. Bijkomend voordeel geeft dat loslaten me ook meer ruimte voor mezelf en de kans om meer vanuit rust en compassie op te voeden. Dat is dan toch een win-win: goed voor mij en goed voor hen? Ach opvoeden blijft keimoeilijk. Voor je kinderen en voor jezelf.

Wat denk je, zal ik mijn belofte aan jou iets nuanceren, Claar? Is het een idee dat ik het niet ‘alles zo goed mogelijk ga doen’, maar als ik het allemaal eens ‘zo goed mogelijk voor mezelf probeer te doen’? In het belang van iedereen?

Lieve Claar,

Dit moet je horen! De wereld staat compleet op zijn kop. Scholen zijn dicht en het is verplicht thuiswerken. In elk geval tot 28 april. Moet je voorstellen; iedereen moet zoveel mogelijk thuisblijven en tenminste 1,5m afstand van elkaar houden. Social Distancen noemen ze dat. Cafés, restaurants zijn dicht. Familiebezoek, een no-go. Geen knuffels, geen handen schudden. Het is heel onwerkelijk. Een nieuw Coronavirus is uiterst besmettelijk en veroorzaakt de ziekte COVID-19. Het begint als een verkoudheid, maar kan ernstige longproblemen opleveren waar mensen aan overlijden. En niet alleen in Nederland hoor, nee over de hele wereld. Geen zorgen, wij zijn allemaal nog gezond. Daarbij, jonge kinderen lijken zijn minder vatbaar voor het virus. De meeste slachtoffers vallen onder het oudere deel van de bevolking. Jouw ouders houden thuis schuil, mijn moeder is Noord-Brabant ontvlucht voor een verblijf in Frankrijk. Er lopen mensen met mondkapjes op. Mensen zijn bang.

In Bunnik is het goed te doen. Hier zitten we niet hutjemutje. Wij hebben natuurlijk een grote tuin en in Bunnik ben je zo buiten, hoewel ze de wandelpaden langs de Kromme Rijn wel hebben afgesloten. Ons winkelcentrum is ruim opgezet, dus dat gaat, al staan we in de rij buiten te wachten op een verplicht karretje tot we naar binnen kunnen. Het toiletpapier was zelfs even op. Hamsteraars. Echt! Nu zijn we al een beetje gewend, dus kunnen we allemaal weer royaal vegen. We zitten allemaal thuis, al weken. De kinderen krijgen huiswerk en soms ook les via de laptop of smartphones. Ik log thuis in en zie mijn collega’s in online vergaderingen. Dat was in begin best awkward, maar inmiddels gaat dat best gemakkelijk. We leren snel.

Catho zit elke ochtend om 8 uur aan de eettafel, aan het hoofd van de tafel, kamerjas aan en rode koptelefoon op. Ze begint graag vroeg, dan is ze snel klaar. Of het allemaal even zorgvuldig gaat, dat weet ik niet. Ik controleer niet alles. Met rekenen heeft ze mijn hulp nodig. Dat vindt ze leuk, maar ook moeilijk, ik heb het geduld niet van een leraar en snap het soms niet als ze het niet snapt. Dan wellen de tranen op in haar ogen en neem ik gas terug. Ze is sowieso wat gevoeliger de laatste tijd. Ze mist je meer en wil veel over je weten. Ze wil veel aandacht en veel knuffelen. Ze is heel lief voor me, steunt me waar ze kan en spreekt me soms bemoedigend/bemoederend toe. En als ik niet kan, is Pinchoz aan de beurt. Arme kat!

Ze is veel aan het skeeleren, het is gelukkig wel lekker weer. Zodra ze klaar is met school bindt ze de skeelers onder en rijdt ze de wijk in, of bezoekt ze het winkelcentrum voor een onzinnige aankoop. Ander goed nieuws; Catho kan eindelijk op het dak van de school klimmen en heeft gaandeweg ook onze schuur gemastered.

De relatie met haar broers loopt wat stroever. Lastig als enige meisje in een mannenhuis. De jongens pranken haar regelmatig en Catho kan flink kattig zijn - of een snitch, zoals de jongens dan zeggen. Vooral met Max botst ze regelmatig, maar dat ligt echt aan beiden en aan misgunnen. Het is een kranige tante. De laatste keer dat ze een jurkje aan had is denk ik wel drie jaar geleden, ze taant er niet naar.

Ik heb haar nog steeds op de wachtlijst staan voor hockeyen bij Kromme Rijn, jouw trots. Maar weet je Claar, ze heeft nog zoveel lol in voetballen dat ik haar elk jaar weer laat kiezen. Dan kiest ze altijd voetbal boven ‘misschien een jaartje proberen’. Sorry, ik weet dat je haar graag in het zwart-oranje door het veld had zien rennen. Talent heeft ze er zeker voor, kijk maar naar haar vader… Het is zo’n lieve meid, je zou d’r moeten zien. Weet zeker dat je kneitertrots op haar zou zijn.

Max gaat ook goed. Geen idee wat hij allemaal doet voor school. Soms hangt ie -ook kamerjas- ondersteboven op de bank en kijkt naar zijn telefoon. Dan heeft ie les. Hij levert zelf alles in, staat er goed voor en is bij. Dat zegt zijn mentor tenminste. Ik geloof haar maar al te graag, want dat scheelt mij een hoop werk en stress. Max is al bijna net zo groot als ik. Maar die guitige blik heeft ie nog steeds. Altijd grapjes aan het maken, altijd bewust van anderen om hem heen.

We botsen de laatste tijd wat vaker, Max en ik. We zitten natuurlijk dicht op elkaar hier thuis en soms erger ik me dat mijn drukke agenda niet strookt met het uitslapen, lamlendigen, hangen, gamen, snacken wat hij dagelijks op de non-actielijst heeft staan. Hij moet deze week verplicht hardlopen elke dag, een straf die hij heeft overgehouden van vorige week toen hij toch ging gamen toen het niet mocht, een straf die hij heeft overgehouden aan stiekum vapen (elektronische sigaret) op zolder. En dan heb ik het nog niet eens over Max’ rol tijdens het recente brandalarm op de bovenverdieping. Dat leverde hem een leuke discussie op met een licht ontvlambare vader.

Net als Catho toont Max veel begrip voor mij. Soms moet ik zijn puberbrein daar een beetje bij helpen. Max beweegt mee, maar schept ook kaders en laat zich de kaas niet van het brood eten in discussies. Hij vraagt me regelmatig of het allemaal wat rustiger kan. Of ik mijn stemgeluid wat kan minderen. Dat vind ik zo knap van hem. Ik ben me er bewust van dat ik mijn stem verhef om een punt te maken. Ik heb dan het idee dat het allemaal wat beter binnenkomt bij jongens die ondertussen ongeduldig om zich heen of naar schermpjes (‘ik hoor je heus wel’) kijken.

Max hangt veel met zijn matties. Een interessante groep jongens die van huis naar huis schuifelen om de kasten leeg te eten. In deze tijd gaat dat anders. Er staan er maar een paar op de shortlist, de rest treft ie op gepaste afstand buiten. Wat ie daar allemaal uitspookt weet ik niet precies. Daar hangt een zweem van stiekum omheen, maar weet je Claar, dat deden wij ook toen we zo oud waren. Toch? Max wilde laatst graag weten hoe we elkaar hebben ontmoet, leuk he? Ik vind altijd het gaaf als ze naar je vragen.

Lucas, dat is een bikkel. We kijken elkaar ondertussen recht in de ogen. Gelukkig kan ie nu niet naar de  sportschool en ligt hij de hele dag op bed te leren of gamen, want hij werd echt heel sterk. Je herkent hem haast niet terug, zeker niet nu hij ‘kaal is gegaan’. Je weet wel, stekeltjes. Lucas heeft de draad op school weer opgepakt. Traditioneel doet hij weinig tot niks in de eerste helft van het jaar, en heeft hij een enorme klus om na de Kerstvakantie te bewijzen dat hij het niveau, betrekkelijk gemakkelijk, aankan. En ja, dat heb ik hem aan de start van het jaar verteld en ja, ik heb hem studiehulp aangeboden, maar hij wil het zelf kunnen. Ik geef ‘m die ruimte, omdat ik die strijd niet in huis wil. Weet je nog hoe moeilijk het was om hem naar de huiswerkhulp te krijgen? Dat wil ik niet meer.

Nu gaat het goed. Juist in deze moeilijke tijd maakt Lucas exact de meters die van hem verwacht worden, maar zet geen stap extra. Lucas is een slimme jongen. Hij werkt bij het pannenkoekenhuis en staat thuis soms ook trots met pannen te slingeren. Vroeger kon hij heel erg boos worden, weet je nog. Onredelijk haast. Dat heeft hij niet meer. Hij heeft meer bezinning en geduld, maar als ik mijn punt niet binnen vijf minuten maak, en jij weet dat ik soms langdradig lang probeer duidelijk te zijn, is ie weg. ‘Ik snap het’, is dan het enige wat ik nog terugkrijg.

Lucas hangt ook veel met zijn matties. Die wonen wat verder weg. Hij is weer aangewezen op zijn fiets nadat de politie hem op de scooter had aangehouden. Een dikke be- en herkeuring vielen hem ten deel. En herkeuren, dat doen ze nu niet. Dus moet hij wachten en fietsen.

Het gaat goed met de jongens. Ze hebben veel vrienden, ze voetballen en donderjagen wat. Als je ziet wat ze allemaal naar binnen slaan, sprinkhanen zijn het soms. Ze plunderen de appie als ik de stapels chips- en snoeppapiertjes in hun kamers mag geloven. Het avondeten gaat wat trager naar binnen. Herstel; Lucas eet razendrap en wil dan liefst meteen van tafel. Er gebeurt veel. Ze verleggen hun eigen en mijn grenzen. En als ik ze al ergens op betrapt, dan is het ‘echt niet wat je denkt pap’, ‘alleen in het weekend, pap’, ‘bewaar ik voor een vriend, pap’, één of twee, niet meer, pap’. En ja, het begint ergens. Is dit het begin? Ik weet het niet. Daar wordt ik onzeker van. Wat is mijn referentiekader nou helemaal, mijn eigen jeugd? Ik sta ze veel toe en roep dan dat vrijheden komen met goed gedrag en verantwoordelijkheden. Kijken of dat lukt en anders pak ik de vrijheden weer af. Ik probeer ook regelmatig te laten zien dat ik zie wat ze doen. Dat levert soms een mooi gesprek op en dat geeft mij dan weer vertrouwen om op dezelfde weg door te gaan.

Ik kan boos zijn, maar dan ga ik kort na de botsing terug om te praten, om mijn kant van het verhaal rustiger te belichten of om mijn excuses te maken. Dat gaat vanzelf. Het is eigenlijk zoals we dat vroeger samen deden, maar nu alleen. Het is iets wat ik geleerd heb uit onze dynamiek, hoe wij dat toen aanpakten. Ik vraag me nog regelmatig af wat jij er van zou vinden; ‘hoe zou Claar dat doen?’ Over hoe ik de kinderen nu grootbreng. Ik probeer jouw mening over opvoeding steeds mee te wegen in de keuzes die ik maak, maar je inbreng verandert wel, omdat de vraagstukken nu wezenlijk anders zijn - en de kinderen beter gebekt πŸ˜‰.

Met Pinchoz gaat het ook goed, al herken je haar haast niet meer terug. Als gevolg van de doorgeslagen oorontsteking is ze nu doof en beweegt ze nu als een zingende Stevie Wonder door het huis. Trap op, dat gaat nog, maar de trap naar beneden, dat lukt niet meer. Ze miauwt regelmatig de hele buurt bij elkaar, maar ze is nog even lief en aanhankelijk als voorheen. En alle honden die ons huis frequenteren, zijn als de dood voor haar.

Met mij gaat het ook goed hoor, Claar. Ik heb een lieve vriendin (met een zoon van 4) die in het weekend vaak langskomt, maar daar vertel ik je een andere keer wel meer over, goed? Je vindt haar vast leuk. Het is hard werken en soms ben ik wat moe. Dat uit zich in boosheid. Ik ben dan sneller geïrriteerd. Het huishouden loopt goed, ik kan wat beter mijn best doen in de gezonde keuken, dat wel. En oh, de verwarming is vorige week gemaakt. Weet je nog dat je je daar zo aan ergerde? Ze zijn nu dicht. Duurde even, maar dan heb je ook wel wat.

En trouwens; groot nieuws. Ik ben van baan gewisseld. Haha, nu val je zeker stijl achterover? Het is minder drastisch dan je denkt. In de telecom kan je bij je werkgever blijven tot deze wordt overgenomen door je nieuwe werkgever. Ik werk nu bij T-Mobile. In Den Haag, volgens mij, ik was er al een tijd niet meer… Columns voor Bunniks Nieuws schrijf ik ook nog steeds, sterker nog, in deze Coronatijd schrijf ik dagelijks met en naar Vincent Bijlo, een leuk project om de lokale krant online te steunen. Verder? Ik heb een boek uitgebracht, we hebben twee keer de KNVB-beker gewonnen, het huis in Frankrijk is volledig verbouwd, met een zwembad in het uitzichtpunt, de bank is van Sahara-grijs naar donkergrijs met opdroogvlekken, de kinderen mogen inmiddels hun telefoon mee naar bed, zakgeld is ook opgehoogd, je receptenboek is in de maak en je bent weer kampioen geworden met hockey; maak je maar op voor de overgangsklasse! Ik kan nog even doorgaan.

We redden ons prima. Je kan trots op ons zijn Claar, dat ben ik ook. We zijn een hecht team, ook al lijkt dat niet altijd zo. En ik heb heel veel lieve mensen om mij heen die voor me klaarstaan. Onze fantastische kinderen komen allemaal op hun pootjes terecht! Pinchoz niet meer, verwacht ik.

Er gaat steeds nog veel mis, maar dan rechten we de rug, doen we het anders, doen we het niet, praten we het uit, knuffelen we elkaar en gaan weer door. Hoe gaaf zou het zijn als de kinderen je zelf konden vertellen hoe het met ze gaat. Aan tafel. Wedden dat ze dan wel verhalen hebben? Honderduit, lijkt me. Dan kook ik op mijn lekkerst en jij mag zeggen wat we eten, goed?

We houden van je en missen je, Claar! Elke dag, elke seconde!

Dag!

Maak er maar een feestje van!

3 April. Het is Claars verjaardag. Een speciale. Ze zou vijftig zijn geworden en dat was zeker een reden geweest voor een stevig feest met heel veel gasten.

Het is 08.30 uur. Ik rijd met Catho naar Nieuwegein. De jongens liggen nog op bed. We zijn op weg naar de MacDonalds, want een verjaardag hoor je te vieren. Hoe? Dat mogen de kinderen bedenken. Dus geen ontbijt op bed voor Claar, maar een speciaal ontbijt, namelijk de McDrive voor ons. Denk niet dat Claar heel blij zou zijn met de ‘1 McMuffin Bacon & Egg, 2 McMuffin Double Bacon & Egg, 1 McMuffin Sausage & Egg, 3 Croissants, 1 portie Pancakes, 2x 20 Chicken Nuggets met 5 zoetzure saus, 1 groot Big Mac menu, 4 vanille milkshakes en een McFlurry met Oreo en karamel’. Zij ging altijd meer voor vers fruit, een beetje muesli en yoghurt voor ontbijt.

Catho is opgewekt, enthousiast over zo’n uitzonderlijk uitje met haar vader, maar bij de grote rotonde van Laaggraven zijn er ineens hele dikke tranen. Het was te verwachten, maar toch overvalt het me. Haar stemming is ineens omgeslagen. De verjaardag van haar moeder brengt het verdriet heel dichtbij. Ik vertel haar dat mama op haar verjaardag altijd weer even wat meer bij ons is – en niet alleen bij ons, maar bij iedereen die van mama hield, en zeker op haar 50ste verjaardag. Ik vraag haar wat ze de rest van de dag wil doen. Ze wil een kaart en een kaars op tafel, een taart, een speciale borrel en met het gezin avondeten - een recept uit mama’s receptenboekje. Ik vind alles goed, weet zelf ook nog niet zo goed hoe ik deze dag vorm moet geven.

Mijn verjaardag van Claar begon al om 0.00 uur. Al onze speciale dagen ‘vier’ ik met een speciale champagne; een millésime uit 2006, ons trouwjaar. Ik heb er een doos van gekocht, maar de champagne is nog verkrijgbaar bij de Sligro, dus als het huishoudboekje het toelaat permiteer ik me zo nu en dan een aanvullingsfles voor de voorraad. We hebben of ik heb vier speciale data; twee daarvan zijn trouwdata (april in Nederland en Frankrijk in augustus), een verjaardag en een overlijdensdag. Op alle dagen proost ik op mijn speciale vrouw en op het leven. Dus ook op 3 april 2020 om 0.00u. Claar 50! Ik heb er een lijstje met haar muziek bij opgezet om het nog specialer te maken, maar het voelde leeg en alleen.

Ik sla het receptenboekje van Claar open. Bij de P. Ik zie helemaal geen pastasaus. Ik zie wel de recepten in haar kordate handschrift. En ik heb iets met handschriften. Het is zo iets persoonlijks, zo iets eigens. Die uitgesproken ‘g’ van Claar met dat rare streepje erop aan de bovenkant. Ook de manier hoe ze dingen opschrijft valt me op. Schrijflijnen zijn indicatief en afbreken staat vrij. Accolades en pijlen combineren de ingrediënten en verwijzen de lezer naar de volgende stap in de receptuur: samenvoegen en doorpakken! Het maakt me een beetje verdrietig. Het driftige enthousiasme en de bourgondische levenslust waarmee deze recepten indertijd zijn opgetekend, tekent Claar. Het is kort en krachtig geformuleerd, maar tussen de regels lees je de liefde voor gezelligheid en lekker eten.

Ah, daar staat het! Tomatensaus met ballen. Het is even simpel als lekker. Kinderen vonden het geweldig. Veel beter dan al die andere, meer exotische gerechten in dit boekje. Claar heeft het recept opgedaan in de korte tijd dat ze als kok bij een indoor golfbaan werkte. Ze werd er opgeleid door een heuse kok en schreef alle recepten naar hartlust mee voor thuisgebruik. Goed geregeld door Claar en voor Claar. Nu mag ik het proberen. Er staan geen verhoudingen bij het recept, alleen ingrediënten. Ik moet het op smaak maken. Ik kook vast in de middag, dat geeft me tijd voor een borrel met aanlopers en borrelvrienden. We eten met z’n vieren. De jongens beseffen dat dit geen dag is voor een verzoek om een diner van de kapsalonspeciaalzaak (zeker niet na zo’n ontbijt). Het is best wel goed gelukt en we schenken er een feestelijk glaasje kinderchampagne bij. Ik bied de kinderen aan om ze het recept te leren, maar dat blijkt teveel van het goede. In de avond krijg ik bezoek (op voldoende afstand) van een paar hele goede vrienden en proosten we nog regelmatig op Claar.

In de app krijg ik veel lieve berichten van familie en vrienden. De vriendinnen van Claar betreuren dat er geen huishoge Sara in de voortuin komt op deze speciale dag. Kan ik me voorstellen, al deel ik die mening niet. Het is Claars verjaardag. De vijftigste. Een speciale. Veel mensen staan er bij stil. Ieder op zijn of haar manier. Het is wederom hartverwarmend om te merken wat Claar voor al deze mensen betekend heeft. En het steunt mij en de kinderen in ons verdriet, dat op haar verjaardag toch weer tastbaarder is. ‘Wie sturen al die berichten?’, wil Catho weten. ‘Het zijn alle lieve mensen die op de gastenlijst van je moeder staan’, antwoord ik, ‘eeuwig zonde dat het feest niet doorgaat’.

Thuissituatie

Ik ben aan het thuiswerken. Met kinderen. Dat valt niet mee, maar ik heb de afgelopen tijd al flink geoefend. Parallel gaan mijn kinderen thuisleren. Dat zijn opgaven die een hele opgave worden. Een thuisleerpakket van drie scholen met elk hun eigen aanpak en van drie kinderen in verschillenden soorten onderwijs. Dat is op zijn minst een stevige uitdaging naast je eigen werk. Mijn kinderen maken zich geen zorgen, zij zien het als één grote vakantie. ‘En daarbij pap’, voorsorteert de oudste, ‘ik loop al een week voor’. Max knikt bemoedigend, jaloers op zo’n goed excuus. Catho heeft er zin, thuisleren en papa is de meester, dat klinkt fantastisch. ‘Wil je me wel helpen met rekenen en taal en soms een beetje bij spelling?’ Vandaag komen de eerste huiswerkpakketten, hou de mail, magister de website in de gaten! En daarnaast blijven ze vrijheden en bedtijden oprekken als het gaat om ‘slapen gaan’ en ‘opstaan’.

Als we gezamenlijk gaan t-huiswerken, dan moeten we wel afspraken maken, vind ik. Tijd voor een heus gezinsoverleg. Het loopt de laatste tijd al niet zo lekker thuis, met veel ruzie en zo. Het is winter en ze zitten veel binnen, bovenop elkaars neus. Dat is vaak lastig. Bij ons moet je een gezinsoverleg zorgvuldig plannen, want daar zijn de meeste van mijn kinderen het liefst niet bij. Dus heb ik het ruim voor het weekend aangekondigd: maandag na het eten. Opdracht: we denken allemaal na over manieren hoe je zelf kan bijdragen aan een leukere gezinsdynamiek. Papa ook.

Maandag is het niet geworden, er is er één ziek. Echt! Er is altijd wat. En dat de meeting dinsdag wel plaatsvindt, komt alleen omdat ik de helderheid van geest had om de jongens tijdig te appen dat ze thuis moeten eten omdat de snackbar dicht is en dat je er alleen kan afhalen (precies wat de oudste van plan was).

En daar zitten we dan; twee op hete kolen en twee die er iets van willen maken. Op tafel staat frisdrank. Neem gerust. Voor wat, hoort wat. Dat aanbod leidt meteen tot een luidruchtige discussie over de grootte van de glazen en de hoeveelheid fris. De moed zakt me in de schoenen.

Ik begin opnieuw en schetst de ernst van de situatie en hoe ik verwacht dat we met het schoolwerk om zouden gaan. We staan op tijd op, ontbijt, koffie, thee en dan allemaal aan de eettafel en aan de slag. Opdrachten klaar? Even langs papa voor een vink, een knuffel en een sticker en als je klaar bent mag je weg. Lijkt logisch, maar daar dachten de jongens heel anders over; ‘wat??? om 10 uur al aan tafel? Kan toch ook om 12 uur?’ ‘Het is geen vakantie’, als tegenwerping telt niet. ‘Ik krijg digitaal les, hè pap? Ik kan niet aan tafel met z’n allen. En ik krijg pas donderdag mijn huiswerk.’ Weer kijkt Max vol ontzag naar het argumentenpallet van zijn oudere broer. Iedereen boet uiteindelijk in, of moet ik zeggen ‘wil van tafel’. Ik vermoed dat ze allemaal nog hoopvol zijn dat het met striktheid van vader uiteindelijk wel mee zal vallen. Zoals zo vaak.

We pakken door. Ik heb ze nu toch aan tafel. Wat doen we aan de sfeer in huis? Ondanks de regelmatige reminders hadden de jongens nog niet echt nagedacht over verbeterpunten. Catho steekt haar hand op. Ze krijgt de beurt. Catho geeft aan dat ze meer bereid gaat zijn om te delen. Een bal, een dekentje op de bank, de jongens mogen er ook gebruik van maken. Lijkt een kleyne stap, maar is echt een royaal gebaar van de jongste. Verder wil ze vaker en beter haar kamer opruimen. Ze heeft nog meer tips om papa te ondersteunen, de schat. De jongens luisteren mee. Er is voldoende commentaar tussendoor, maar dat smoor ik zoveel mogelijk in de kiem.

Max is. Zijn inlevingsvermogen is de belangrijkste trigger dat we nu allemaal aan tafel zitten. Hij heeft terecht en echt problemen met de manier hoe we met elkaar omgaan. We moeten meer geduld hebben voor elkaar, meer luisteren en minder schreeuwen, vind hij. Lucas valt hem direct bij. Ik wist het. En niet meteen ‘nee’ zeggen als iets wordt gevraagd, je kan er over praten toch? En papa moet vooral niet te lang dooremmeren over hetzelfde punt. Ik bijt op mijn tong, Lucas hangt achterover in zijn stoel en vraagt om meer frisdrank.

Catho steekt haar hand weer op; we moeten iedereen laten uitpraten en leuk doen tegen elkaar. Ik kijkt de jongens vermanend aan als ze er allebei tegelijk laatdunkend op willen reageren. Max vult zijn bijdrage ook aan: iedereen moet zich minder met de ander bemoeien. Als ik hem vraag wat hij bedoelt, geeft hij aan dat Catho en Lucas altijd commentaar hebben op de dingen die Max doet. Ze zijn zijn opvoeder niet, ze mogen hem niet ‘bemoederen’. Ik complimenteer hem met zijn rake woordkeuze.

Dan is Lucas. Papa moet zich minder opwinden over de kleine dingen en hij gaat zijn best op school doen. Dat is het. De rest is al gezegd wat hem betreft. Hij maakt aanstalten te vertrekken, maar ik vraag door. In zijn uitleg geeft hij aan dat ik me druk maak over futiliteiten – in zijn ogen-, dat is niet leuk, kost veel tijd en ik doe er ook altijd onnodig lang over. Net als ons overleg. ‘Ik kan dit maar 20 minuten, pap, is het klaar?’, besluit hij. ‘Nee’, zeg ik, ‘ik mag nog’.

Ik heb er wel over nagedacht. Ik ga weer naar mijn coach, geef ik aan, de eerste afspraak staat - of stond. En ik ga meer tot tien tellen, beloof ik. Ik vlieg soms uit de bocht en dat is niet handig. Ik moet het op een andere manier aanpakken. Boos worden en schreeuwen leidt bij mij ook tot schuldgevoel en dan word ik daar ook weer inschikkelijk van. Ik ga consequenter zijn, beloof ik. Afspraak is afspraak en daar ga ik jullie meer aan houden. We moeten elkaar helpen en niet tegenwerken. Oh, en als nabrander; hou me op de hoogte. Nu moet ik het steeds vragen. Laat me weten waar je bent en hoe het gaat. Dat helpt mij.

Ik wil mijn kinderen veel vrijheid geven, maar wel volgens mijn regels. Klinkt best tegenstrijdig, maar vrijheid verdien je met verantwoordelijk gedrag, vind ik. Ik vraag niet veel. Doe je school goed en laat zien dat je de verworven vrijheid goed aan kan. Dan mag je steeds meer. Ik leg uit dat ik drie kinderen heb, een drukke baan, een huishouden en dat ik steeds overal aan moet denken, voor 4 personen en een kat. Het is voor mij zoveel handiger als ze meteen handelen als ik ze iets vraag. Dan kan ik het afvinken en vergeten en dat is fijn, want mijn hoofd loopt al over. Daar wordt ik onrustig van en dat merken ze aan mijn gedrag. Ik kijk ze aan. Ze lijken allemaal meer aan te gaan over de passage over potentiele vrijheden, dan dit laatste. Dat begrijp ik, het gesprek duurt al best lang.

We gaan aan tafel. Stamppot rauwe andijvie. Het eten wordt goed ontvangen. Sterker nog, het is best gezellig aan tafel. Het gesprek is oprecht en gemakkelijk en eigenlijk valt er geen onvertogen woord. Iedereen heeft begrip voor de ander en iedereen lijkt zich even bewust van de impact van zijn eigen gedrag. Als ik bij het afruimen vraag of Lucas even kan helpen, is dat geen probleem, sterker nog, in het voorbijgaan vertrouwt hij me toe dat ‘voortaan wat socialer doen bij het eten’ ook een verbeterpunt is. Trots en tevreden krabbel het meteen bij de notulen.

Tuurlijk, er is veel strijd, maar als verbeterpuntje bij paaltje komt, weten mijn kinderen wel waar het om draait – of ze doen gewoon verdomd goed alsof. Grappig hoe zo’n stroeve gezinssessie je toch weer vertrouwen geeft. Kom maar op ingewikkelde thuissituatie! Het maakt mij niet uit, vader, marketeer, moeder, huishouder of meester, met zulke kinderen kom je er wel!

Voorjaarsvakantie

Kak, het is weer vakantie. In het verleden was de voorjaarsvakantie garantie voor wintersport. Claar was van wintersport. Claar skiet al sinds haar jeugd en kan keigoed skiën, het ziet er heel eenvoudig uit. En als je met Claar bent dan wintersport je ook. Dus heb ik een soort van basistechniek geleerd toen ik 35 was. Na een week ploeteren kreeg ik een speldje van de leraar: 'je kunt het!' Maar mijn techniek, of het gebrek er aan, levert me elke afdaling nog een paar hachelijke momenten op.  

Als je met Claar bent, dan wintersport je ook. Het hele gezin op de latten, vaak met vrienden en familie. Vrijwel elk jaar vertrokken we op vrijdag voor de massa uit. Een nachtje in een hotel onderweg om zaterdag op tijd bij het hotel te zijn. Inchecken, ski’s huren, lessen boeken, skipassen regelen, op de eerste dag was mijn creditcard al gesmolten. Kinderen op les, de ouders samen naar boven. Gelukkig was er met Claar altijd genoeg tijd voor een borrel en een uitgebreide lunch. Dat maakte een boel goed en gaf mijn compleet verzuurde bovenbenen wat rust.

Ik heb de frequentie van skiën teruggebracht. We gaan niet meer elk jaar. De kinderen vinden dat heel jammer, en dat begrijp ik. Deze voorjaarsvakantie zijn we ook niet afgereisd naar de sneeuw. De kinderen hadden vakantie, ik heb doorgewerkt, zij hebben nou eenmaal veel meer vakantiedagen dan ik. Vakanties zijn lastig. Ik ben veel thuis aan het werk en de kinderen hangen rond. Vanachter mijn laptop aan de eettafel kijk is soms schuldbewust op. Veel meer Netflix, Youtube, gaming dan goed voor ze is. Het geeft mij de ruimte om te werken, maar de kinderen niet het vakantiegevoel van vroeger. Ze vervelen zich regelmatig, maar vervelen is goed, toch?

Lucas treft het niet, die is ziek. Hij schuift van zijn bed naar de gamekamer, appt zijn bestellingen door naar de keuken en beklaagt zich over zijn noodlot: ziek zijn in de vakantie. Max hangt met zijn posse. Ze hobbelen het huis in en uit op zoek naar voedsel en fris, hun mobiel altijd paraat. Ze wisselen dagelijks van logeeradres en alle matties komen aan de beurt. Ik heb ‘m inmiddels weer terug op de bank, helemaal bleek uitgeslagen van het slaapgebrek. De uitjes van Catho beperken zich tot het voetbalveld, de Albert Heijn, een leuk dagje Utrecht, een uurtje zwemmen en twee volle dagen afleiding op de BSO (dan kan papa naar de zaak).

Ik kijk niet meer uit naar vakanties. Drie kinderen de hele week thuis is gewoon best veel. Ik vind het een ingewikkelde onderbreking van de regelmaat van school. Ik vind het moeilijk om door te werken en de kinderen tegelijk genoeg aandacht te geven. Ondanks de logeerpartijen zijn ze de hele week heel aanwezig en ik doe te weinig voor ze, vind ik zelf. ‘Maar ik heb vakantie’, roepen ze als ik het idee voor een gezelschapsspel van tafel veeg of een latere bedtijd pareer. Catho roept me regelmatig naast haar op de bank. ‘Heel even, zeg ik dan, ‘ik moet zo weer verder werken.’ Heel teleurstellend. Vroeger was ik op vakantie de vader die niet kon skiën. Mijn nieuwe rol als vakantievader moet beter. En terwijl ik dit schrijf neem ik me voor om het in de meivakantie allemaal veel beter te doen. Of misschien volgend jaar weer skiën? Claar zou het heel leuk vinden.

Papadag

Ik weet nog dat ik vroeger verontwaardigd kon reageren op vakantieplannen van Claar: ‘je gaat drie dagen weg? Met vriendinnen? Maar dan heb ik drie dagen de kinderen… Dan moet ik ze naar school brengen, naar sport, eten geven, naar bed brengen, alles… Dan hou ik helemaal geen tijd meer over voor mezelf…. Nou, reken maar dat ik ook een paar dagen wegga!’ En na drie eindeloos lange dagen duwde ik de kinderen dan gedrieën in de richting van hun moeder. ‘Kijk eens wie er weer is, leuk he? Ik ben weg. Doei!’

Ondertussen is het bij mij elke dag papadag – een vreselijke term en tegelijk een enorme verantwoording. Mijn kinderen zijn best zelfstandig, maar ze hebben toch nog een boel hulp nodig - al vinden ze zelf dat een forse financiële ondersteuning volstaat. Een huishouden met drie kinderen naast een fulltime baan is best ingewikkeld, dan moet je heel erg goed kunnen plannen, een skill die ik helaas totaal niet beheers. Mijn werk/privébalans bestaat alleen bij de gratie van een ruimdenkende werkgever en begripvolle collega’s, flexibele werktijden, conference calls, redelijk zelfstandige kinderen, geduldige leerkrachten, hulpvaardige opa’s en oma’s, een auto, het internet, thuiswerken en een gezonde portie creativiteit en incasseringsvermogen. 

Tegenwoordig werk ik in Den Haag, vlakbij Holland Spoor. Ik heb de A2 verruild voor de A12. Mijn snelste tijd klokt tegenwoordig 45 minuten in plaats van 35, maar in elk geval mis ik nu het filedoseren voor de Daalsetunnel, of moet ik zeggen ‘mis ik niet’? Als ik naar Den Haag ga, dan vertrek ik na de file, rond een uur of negen. Handig, want het beperkt mijn reistijd en het geeft me tijd om Catho naar school te brengen. We hebben zwaaidagen (maar dan wel totdat je elkaar niet meer kan zien) en niet-zwaaidagen. De jongens schuiven in de ochtend ergens voorbij, die gaan zelfstandig – liefst op het aller-allerlaatste moment- naar school. Ze graaien de kant-en-klare boterhammen uit de vriezer, mompelen gedag, gooien de deur te hard dicht en stappen op fiets of scooter. Ik log nog even in voor de urgentste mails en dan trap ik ‘m aan.

Net als in de ochtend vermijd ik ook de files in de avond. Uiterlijk half vijf stap ik weer in de auto, dan ben ik voor zes uur thuis, soms op tijd voor een boodschap met verse ingrediënten, vrijwel altijd op tijd om Catho thuis te verwelkomen - slechts een enkele keer dient één van de jongens als achtervang voor haar thuiskomst. Lange dagen maak ik dus nooit, althans niet op kantoor. En als ik mijn laptop weer in mijn tas stop en vroegtijdig de afdeling verlaat, voel ik me vaak bezwaard. ‘Het gaat om output’, houd ik me voor, maar ik blijf mijn werktijden ingewikkeld vinden – voor anderen.

Ik heb de naschoolse opvang van Catho nooit veranderd. Ik wilde niet dat ze vanwege het overlijden van haar moeder extra naar de BSO moest. Daardoor liep het spaak op de maandagen. Catho is om drie uur uit, maar haar halverwege de middag al opvangen laat mijn werk niet toe, vind ik zelf. Nu wisselen opa’s en oma’s elkaar af en halen Catho uit school. Superfijn, want ik ben daar enorm mee geholpen, temeer omdat ze die dag de honneurs in de keuken waarnemen. Aan tafel maken ze ons gezin in haar puurste vorm mee in de ‘gezellige’ dynamiek van onze weinig spraakzame avondmaaltijd. De enige vraag die wordt gesteld is: ‘mag ik van tafel?’ De overige dagen zorg ik voor het eten, dan kook ik vaak voor 8 personen, serveer 4 maaltijden uit en sla de rest op in de viezer - dat scheelt weer kooktijd.

Na het eten regeren de mobiele telefoons, de PS4, de switch en de laptop bij ons thuis. Ieder volgt zijn eigen programma. Ik las laatst dat er elke minuut 500 uur Youtube content bijkomt, dat is maar goed, want anders hadden mijn kinderen Youtube al volledig op. Ik werk mijn mail weg en stort me vervolgens op huishoudelijke klussen. Vroeger koesterden Claar en ik onze lange avonden, het was ‘onze’ tijd. Toen lag iedereen er op tijd in. Dat is nu wel anders, het lijkt wel of ze nooit naar meer naar bed gaan. Catho lees ik rond negen nog even voor, voor de jongens hanteer ik richttijden. De discussie ‘geen telefoon naar bed’ heb ik in een ver verleden al verloren. En als ik om elf uur iedereen heb liggen, ben ik keikapot, klaar met de dag en wil liefst zo snel mogelijk naar bed. Toch zap ik dan soms nog even langs wat zinloze programma’s om de zinnen te verzetten.

Elke dag papadag. Van ‘sporadisch drie dagen’ zijn we naar ‘altijd’ gegaan. Dat is best veel, soms. Het valt niet mee om alle agenda’s goed op elkaar af te stemmen en we missen nog vaak afspraken. Kinderen zijn verantwoordelijk voor school en alles wat daar bij komt kijken, maar dat geeft maar betrekkelijke rust. Ik vraag ze om wat hulp met het huishouden, maar verder probeer ik de kinderen veel ruimte te geven. Vaak lukt het goed, maar soms ook niet. Dan wringt het met gezondheid, werk of school. Dat vind ik dan lastig, raak ik sneller geïrriteerd en word ik boos om niks. Dan voel ik me bezwaard, omdat ik niet meer rust pak voor mezelf om het goed te doen voor de kinderen. Mijn dag zit vol, soms ramvol. Tijd voor Wouter schiet er nog wel eens bij in. En tegenwoordig denk ik dat juist die eigen tijd mij meer balans gaat geven in zowel werk als privé. Misschien moet ik een paar dagen weggaan…

Jarig

Catho is woensdag jarig. Ze wordt 10 jaar en is in alle opzichten een grote meid. Ze is er al maanden mee bezig en nu is het bijna zover. De voorbereidingen zijn in volle gang. Kinderpartijtje gepland, uitnodigingen de deur uit, traktatie gekocht, ook voor de glutenvrije vrienden, grote-mensen-feestje in de agenda, verlanglijstje afgetikt en cadeaus in huis gehaald. Het is een arbeidsintensief feestje, zo’n kinderverjaardag.

Het is alweer de derde zonder mama. Op het digitale fotolijstje in de woonkamer komt de laatste editie met Claar nog regelmatig voorbij. Iedereen in het ouderlijk bed, breed lachend naar de camera, overal pakpapier en mama die twee duimen opsteekt, haar haar korter en blonder dan doorgaans. Het olijke tafereel herinnert aan een tijd dat feestjes nog feestjes waren.

Tegenwoordig wil ik het liefst zo snel mogelijk achter me laten. Ik doe het allemaal nog steeds hetzelfde; de avond voor de verjaardag span ik de slingers tussen de twee lampen in de woonkamer. In de extra vroege ochtend verzamelen de kinderen zich in het bed, de jongens voelen het als een verplicht nummer en knijpen met hun ogen naar de felle lamp in mijn kamer en maken flauwe grappen dat er helemaal geen cadeaus zijn, we zingen tamelijk zacht en vals een paar verjaardagsliedjes en dan pak ik de cadeaus uit de kast, Catho zit rechtop en met twee gretige kinderhanden worden de cadeaus stuk voor stuk onthuld. Deze is van Pinchos, deze is van Lucas en deze van Max. Iedereen komt aan de beurt. Ook Claar. Catho mag van tevoren kiezen welke van Claar is en dat is meestal het grootste cadeau. Daarna naar beneden voor ontbijt en het klaarzetten van de traktatie. Catho glimt van trots als ze met het dienblad vol lekkers naar school loopt.

Maar verjaardagen zijn ook de jaarlijkse hoogtepunten waar het gemis sterk wordt gevoeld. Ik merk dat ik het lastig vind om alles te plannen, alleen de slingers op te hangen, alles in te pakken en de vrolijke Frans te spelen op de dag zelf. Claar was van de verjaardagen, dat stond in onze taakverdeling. Zij regelde alles, daar had ze lijstjes voor. Ook Catho voelt in aanloop naar haar verjaardag meer verdriet om haar moeder. In de maand voor haar verjaardag wordt het verdriet wat tastbaarder.

Het kinderpartijtje is geregeld. We gaan zwemmen met een selectie van vrienden en vriendinnen. Er is stevig over onderhandeld; wie mag wel mee en wie niet. Sommige kinderen zijn elk jaar van de partij, anderen wisselen. Vragen en terugvragen, de regels zijn soms ondoorgrondelijk en soms keihard. Maar het klasgenootje dat haar een keer toebeet; ‘ik ben blij dat jouw moeder dood is’ is onverminderd in de ban, die ‘mag niet op mijn partijtje komen!’

De hoogtepunten in het leven van mijn kleyne meid zijn niet langer zuiver en onbezorgd: het feest is voor altijd zwart omrand en het maakt niks uit hoeveel cadeaus je er ook tegenaan gooit, treur is op de achtergrond. Je kan nog zo je best doen om de rituelen in stand te houden, het is nooit meer hetzelfde. Toen ik haar er naar vroeg, antwoordde ze: ‘het is naar, vervelend en naar dat mama er niet op mijn verjaardag is.’ Dus doen we het dit jaar anders, op verzoek van Catho verstoppen we alle cadeaus in de woonkamer, dan duurt het lekker lang. Oh jottum…

Tweeling

Ik ben op 9 juni jarig. Mijn sterrenbeeld is tweeling. Een interessant zonneteken, want ‘mensen met Tweelingen als horoscoop hebben een tweeledige persoonlijkheid, zijn complex, tegenstrijdig en moeilijk te definiëren. Het positieve hiervan is dat ze zich makkelijk kunnen aanpassen, maar aan de andere kant hebben ze hierdoor twee aangezichten en zijn ze wispelturig.’ Ik heb niet veel op met sterrenwichelarij, maar ik ontkom er niet aan dat ik me hier deels in herken.

Ik ben Wouter van ‘voor’ en ‘na’. De man van voor verlangt naar het verleden, wat was, de man van na hangt naar de toekomst, wat wordt. De ene kant van mij koestert de momenten van verdriet, ik probeer ze toe te laten en zelfs op te zoeken, want het brengt Claar weer dichtbij. Nee, ik ga niet in een donkere kamer op een kleedje zitten om even lekker neerslachtig te zijn, maar als het verdriet zich aandient, dan probeer ik er meer tijd voor te maken, me er meer van bewust te zijn. Er meer ruimte voor te laten. Dan man van voor wil blijven hangen, wil treuren, wil niet verder, wil zwelgen, alleen zijn, alleen voelen.

En verdriet zit overal verstopt. Het bespringt je als je het minste verwacht, je hebt het soms zelfs niet eens door, dan hangt het beklemmend om je heen tot je beseft wat er is gebeurd. Dat kan pas dagen later zijn en tot die tijd loop je met een onbestendig zwaarmoedig gevoel rond. Je grauwt en grijst door de dagen en vraagt je af waarom eigenlijk. Verdriet ligt op de loer en houdt je plots een foto voor, of een teruggevonden nagellak, of wijst je op een pannenkoekplant, maar ze toont je ook de plekken en plaatsen en herinneringen die ze oproepen. Ze zit in een geur, of een smaak, een liedje op de radio. Ze zit in de kinderen en slaat soms hard en hartverscheurend toe.

De man van na kijkt vooruit. Die wil verder, die wil beleven, die wil achter zich laten. De man van na organiseert feestjes, borrels en gaat graag uit. Drank, muziek, afleiding, met mensen om zich heen. Hij beweegt verder, wil zich ontwikkelden, wil ontdekken. In zijn leven is ruimte voor nieuwe mensen, nieuwe besten, een nieuwe werkgever en zelfs voor nieuwe liefde. Hij mag zich daar gelukkig mee prijzen en dat doet hij ook. Echt waar! Maar vergeleken met de man voor is hij is druk met het nieuwe leven vorm geven en afleiden. Soms zo druk dat hij de man van voor soms verdringt (of moet ik zeggen; verdrinkt). De man van na eist regelmatig de aandacht op, de man van voor is meer bescheiden. Ze bewegen voortdurend langs mekaar, de Wouter van voor en de Wouter van na, als uitwisselbare identiteiten.

Soms is het lastig om te begrijpen wie ik ben of wie ik meer de ruimte geef. We zijn twee en een half jaar verder en tevoren had ik bedacht dat ik al veel verder zou zijn – tegen beter in, dat wel. En als ik goed naar mezelf kijk, dan lijkt het tijd dat ik de man van voor meer ruimte geef en de ander iets temper. Maar tegelijk ben ik trots op de man van na, die keihard zijn best doet om het me naar de zin te maken. En misschien zit er wel een heimelijk verlangen om eerst af te ronden voordat ik doordender. Maar ik heb ze allebei nodig. Samen vormen ze mij.

Als je verdriet herkent en je er bewust van bent, dan heeft dat ook iets moois. ‘Mama missen heeft ook iets gaafs’, zei ik laatst tegen Catho, ‘het brengt haar even dichterbij en het laat je voelen hoe heel veel je van haar hield. Het is goed om er aan te denken en om haar steeds te herinneren.’ Mijn verdriet koester ik het liefst alleen, buiten het zicht van anderen. ‘Tweelingen kunnen ook ontmoedigd en humeurig raken, hoewel ze nooit zullen toestaan ​​dat dit zichtbaar is voor iedereen, maar voor naaste vrienden en familie is het wel zichtbaar. Tweelingen willen meestal dat iedereen om ze heen denkt dat ze altijd blij zijn en dat stress geen invloed op ze heeft.’ Je ziet het; alles heeft zo z'n voor's en z'n na's...

Oud & Nieuw

We schrijven 2020. 2019 zit in het archief en we hebben ons dit jaar goed door Sinterklaas, Kerst en oud & nieuw bewogen. Sinterklaas in oude stijl met teveel cadeaus en nieuwe mensen, kerst en oud & nieuw in nieuwe stijl, met een dikke disco in de woonkamer. Maar sommige dingen veranderen niet, want traditiegetrouw stond onze kerstboom al op 6 december. Ik vind het altijd weer een gedoe om alle dozen van de vliering op zolder naar beneden te brengen. Ik had daar in het verleden altijd woorden over met Claar, maar de boom moest en zou daags na Sinterklaas staan.

We hebben een nepperd – al jaren. Een bonte boom met felgekleurde knipperlampen en een ratjetoe aan ballen en elk jaar ziet ie er hetzelfde uit. Elke bal brengt een andere herinnering. Allemaal spullen die Claar had gekocht. Claar hield van Kerst, want dat bracht gezelligheid, Mariah Carrey, Wham, de Top 2000 en lekker eten. 

Max en Catho hebben de boom opgezet - eigenlijk wel fijn, want ik houd dan toch liever wat afstand. Ik heb ondertussen me beziggehouden met het opruimen van mijn kasten. De speelgoedkast, de rommella, de keukenkast en de kast in de woonkamer. Ik heb ze allemaal compleet uitgemest. Kennelijk vond ik het nodig in een niet te onderdrukken behoefte om orde te scheppen. Inmiddels weet ik dat opruimen vaak compensatiegedrag is om gemis weg te drukken en om gedachten op een rij te zetten. Oud en nieuw. Ruimte maken in de kasten om ruimte te maken in het hoofd.

Ik heb Claar veel door mijn handen gehad. Haar ongebruikte stappenteller, alle bemoedigende kaarten van vrienden en familie, haar schoolbeker van vroeger, haar oude paspoort, haar pasfoto’s, haar notitieblok, oude familiefoto’s, het plastic echtpaar dat onze bruidstaart sierde, niet verzonden overlijdenskaarten, de troostende kaarten na haar overlijden. Ik heb ze niet gelezen. Ik heb het opgeruimd. Gearchiveerd. En met de komst van de kerstboom was er ook weer plaats op de vliering.

Het voelt raar om Claar ‘op te ruimen’, maar het gebeurt meer en meer en het gaat ook haast vanzelf, omdat er een soort noodzaak bij me ontstaat. En tussen de foto’s op het toilet en in het digitale fotolijstje op de schouw verschijnt meer en meer ons nieuwe leven naast het oude leven met Claar. Wij bewegen verder en zij is er altijd, in dierbare nagedachtenis bij ons allemaal, maar de tastbare herinneringen aan haar hebben we nu even niet meer nodig. Die staan ‘op afroep’ op de vliering, en inmiddels weer naast haar kerstboom.