20 juli

20 juli 2022. 5 jaar. Als ik terugkijk op die datum dan lijkt het als gisteren. Toen ik op die datum vooruit keek, leek het een eeuwigheid. Het is de vijfde keer dat ik op 20 juli vroeg op- en stilsta. Om 5.15u, het tijdstip van haar overlijden. Het is niet het moment dat mijn leven veranderde, dat ligt daar ver voor, bij de eerste diagnose in 2013 en ommekeer van 30 juni 2016.

In aanloop naar 20 juli las ik een interview met Claar terug. Pagina 46-49 in de Liever. Raar om te lezen, omdat ze daar nog gewoon ‘aan het woord’ is. Het gaat over de worsteling die ze heeft met ‘hoe nu verder?’ Hoe geef je je leven vorm na zo’n diagnose?

Hoop dat ze beter wordt heeft ze niet: ‘Zo realistisch ben ik wel. Reken maar dat ik alles nagevraagd heb aan de artsen. Maar er is niets aan te doen. Ik heb twee keer een soort van positieve nachtmerrie gehad: ik droomde dat ze het tóch verkeerd gezien hadden. Maar toen ik wakker werd, realiseerde ik me dat dat niet waar was. Dat was afschuwelijk. Maar ja, hoe lang ik nog wél heb weten we dus niet.’En juist die onvoorspelbaarheid maakt het lastig. ‘Ik probeer een zo zinvol mogelijk leven te leiden. Maar wat is zinvol? Middels compassietherapie probeer ik er achter te komen wat dat voor mij inhoudt. Ik vind bijvoorbeeld dat ik eigenlijk móet werken, omdat ik dat altijd heb gedaan. Maar aan de andere kant zegt een stemmetje in mij: “Waarom zou je? Je gaat toch binnenkort dood. Probeer te genieten.” Maar ik kan het moeilijk toelaten om te genieten. Misschien omdat ik dan toegeef dat ik niet lang meer heb. Ik vind het lastig om met de hele situatie om te gaan. Voor mezelf, maar zeker ook voor Wouter: hoe gaat dat hier in huis straks zonder mij? Hoe moet dat met zijn werk en met drie opgroeiende kids?’

Van de compassietherapie kan ik me niet veel meer herinneren, misschien had die niet veel effect, of was die niet voor mij. Maar die onvoorspelbaarheid kan ik me nog wel herinneren, die was wel heel moeilijk. We waren overal op voorbereid en ook weer niet. Ik heb me die tijd regelmatig ingebeeld hoe het zou zijn zonder Claar, maar ik kreeg het niet voor elkaar. Dat kwam pas die 20 juli.

20 juli brengt altijd veel Claar terug. Mooie herinneringen aan een prachtige vrouw en moeder. Lastige momenten die we doormaakten in de onzekerheid van een uitzichtloze diagnose. Het verdriet om het komende gemis, van familie, van vrienden, van al het mooie, van elkaar en van de kinderen. De hoop op meer, op perspectief.

Een jaar na haar overlijden besefte ik dat 20 juli gewoon een nieuwe dag is. Een volgende dag na een jaar van eersten. Niks groots en meeslepends, gewoon de volgende dag. Dat is nu niet anders. Toch is 20 juli een belangrijke dag geworden. Een dag waarop ons veel is afgenomen, een dag om te gedenken, maar ook een dag om stil te staan bij waar we staan. De kinderen. Ik.

Ik heb de kinderen gevraagd wat dit treurige lustrum met hen deed. Hoe ervaren zij het verlies van hun moeder vijf jaar verder. Lucas geeft aan dat het onderdeel van hem is geworden. Iets dat niet weggaat en hem zijn hele leve blijft ‘achtervolgen’. Catho denkt er liever niet over na omdat ze er niet verdrietig van wil worden. Max geeft er wat meer worden aan: ‘Al 5 jaar zonder moeder het voelt alsof een groot deel van mijn leven mis. Een persoon die ik altijd kan knuffelen waar ik dingen aan kwijt kan die mij zo veel had kunnen leren. Als ik bij vrienden komt dan doet het pijn als ik hun band zie met hun moeder dan kan ik alleen maar van dromen. Ik vind dat wij elkaar allemaal ongelofelijk goed helpen ook al hebben we dat soms niet door. Ik ben zoo f…… trots op ons. Hoe het gaat hoe we het doen zonder zo’n power vrouw. Ik zal nooit vergeten wat ze me allemaal heeft meegegeven en hoeveel je een persoon kan missen. Geen dag dat je niet aan haar denk. Je vous aime!’

20 juli 2022. 5.15uur. 5 jaar geleden. Ik hef het glas op Claar en proost op het leven. Met alle lieverds in mijn leven. 20 juli: een datum van gemis die ons veel leert en die voor altijd als gisteren lijkt. Dus: ‘Santé! Op Claar en op het leven!’

------------------------------------

Wil je reageren of je aanmelden om nieuwe updates te ontvangen? Stuur dan even een email naar wouter@updateclaar.nl.

 

Wintersport

Mijn kinderen zijn druk met de zomervakantie. Ik snap het wel; het is de derde maandag van januari; Blue Monday. En zo’n tussenjaar werken gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik zeg wel druk, maar eigenlijk bedoel ik; hun vrienden zijn druk. Die bekijken opties, bezoeken sites met vakantiehuisjes, bellen na, plannen, berekenen en boeken. Mijn jongens haken aan en willen meereizen naar Albufeira en naar Kroatië. Wel een kleyne misrekening; zo’n vakantie moet je aanbetalen en met lege bankrekeningen (ondanks de bijbanen) heb je daar je vader voor nodig. Het viel me al op dat mijn verzoeken om kamers op te ruimen of om de tafel af te ruimen sneller werden ingewilligd. Komt niet veel voor dat ik aan één woord genoeg heb, maar alles met voorbedachten rade. En op de vraag hoe ik de financiering straks terugkrijg hoor ik ‘komt goed!’ Dat geeft de burger moed.

Januari is altijd wat grauw en grijs. In de tijd dat we nog geen kinderen hadden of nog niet gebonden waren aan schoolvakanties was de derde week van januari bij uitstek en een week om op wintersport te gaan. Betaalbare hotels en alle ruimte op de pistes. Claar was dol op wintersport, een passie die was aangewakkerd door haar ouders. Ze hield van skiën en alles wat eromheen gebeurde. Ik was zelf geen skiër en heb het geleerd toen ik haar vergezelde op een trip met haar ouders. Het was een onvergetelijke trip met vele gênante momenten. ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ bleek bovenaan de piste ‘schier onmogelijk’ en na een dertigtal crashes en kranige hulp van mijn schoonvader heb ik de rest van de berg gelopen. Claar skiede soepel met mijn ski’s naar beneden. Daar kreeg ik een Weizen en werd er op me ingepraat. Als snel werd duidelijk dat een weekje les voor mij de beste optie was. Dat leek mij ook. Het was een eerste van veel wintersporten waar ik me met afstand onderscheidde van alle diehard skiërs. Als eerste bij de lunch en als laatste weer weg. Pap in de benen en pap op de piste, ik vond het altijd hard werken op vakantie. Claar niet, die stoof me fluitend voorbij en wachtte me twee, drie keer per piste op, zodat ik grommend tegen de steile bergwand achter me kon herstellen de totale verzuring van mijn benen.

Voor Claar was skiën een must. Met het gezin en met haar vriendinnen. Hele dag skiën en tot laat naskiën, alles met volle teugen. We zijn daar een tijdje in meegegaan, maar ik heb Claar’s liefde voor wintersport niet overgebracht op de kinderen, hoewel die allemaal beter skiën dan ik. Ze willen wel, maar ze willen er niet voor betalen. Dat snap ik, voor een beetje wintersport moet je van goede huize komen. Dus richten ze zich op de aanbetaling van hun zomervakantie. Vlucht en onderkomen. En ik moet zeggen: de foto’s zijn veelbelovend, want deze kritische vakantiegangers zoeken prachtige pandjes met zwembad uit. Onze skispullen staan nu te verstoffen op de zolder. Op de skistokken na, die gebruiken de jongens voor het openen van het dakraam als er stiekem wordt gerookt. Op social media zie ik dat de vriendinnen van Claar alweer op de piste staan. Wat was ze daar graag bij geweest en wat had ik haar dat graag gegund, met mij, maar vooral ook zonder mij.

 

----------------

Wil je reageren of je aanmelden om nieuwe updates te ontvangen? Stuur dan even een email naar wouter@updateclaar.nl.