Wintersport

Mijn kinderen zijn druk met de zomervakantie. Ik snap het wel; het is de derde maandag van januari; Blue Monday. En zo’n tussenjaar werken gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik zeg wel druk, maar eigenlijk bedoel ik; hun vrienden zijn druk. Die bekijken opties, bezoeken sites met vakantiehuisjes, bellen na, plannen, berekenen en boeken. Mijn jongens haken aan en willen meereizen naar Albufeira en naar Kroatië. Wel een kleyne misrekening; zo’n vakantie moet je aanbetalen en met lege bankrekeningen (ondanks de bijbanen) heb je daar je vader voor nodig. Het viel me al op dat mijn verzoeken om kamers op te ruimen of om de tafel af te ruimen sneller werden ingewilligd. Komt niet veel voor dat ik aan één woord genoeg heb, maar alles met voorbedachten rade. En op de vraag hoe ik de financiering straks terugkrijg hoor ik ‘komt goed!’ Dat geeft de burger moed.

Januari is altijd wat grauw en grijs. In de tijd dat we nog geen kinderen hadden of nog niet gebonden waren aan schoolvakanties was de derde week van januari bij uitstek en een week om op wintersport te gaan. Betaalbare hotels en alle ruimte op de pistes. Claar was dol op wintersport, een passie die was aangewakkerd door haar ouders. Ze hield van skiën en alles wat eromheen gebeurde. Ik was zelf geen skiër en heb het geleerd toen ik haar vergezelde op een trip met haar ouders. Het was een onvergetelijke trip met vele gênante momenten. ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ bleek bovenaan de piste ‘schier onmogelijk’ en na een dertigtal crashes en kranige hulp van mijn schoonvader heb ik de rest van de berg gelopen. Claar skiede soepel met mijn ski’s naar beneden. Daar kreeg ik een Weizen en werd er op me ingepraat. Als snel werd duidelijk dat een weekje les voor mij de beste optie was. Dat leek mij ook. Het was een eerste van veel wintersporten waar ik me met afstand onderscheidde van alle diehard skiërs. Als eerste bij de lunch en als laatste weer weg. Pap in de benen en pap op de piste, ik vond het altijd hard werken op vakantie. Claar niet, die stoof me fluitend voorbij en wachtte me twee, drie keer per piste op, zodat ik grommend tegen de steile bergwand achter me kon herstellen de totale verzuring van mijn benen.

Voor Claar was skiën een must. Met het gezin en met haar vriendinnen. Hele dag skiën en tot laat naskiën, alles met volle teugen. We zijn daar een tijdje in meegegaan, maar ik heb Claar’s liefde voor wintersport niet overgebracht op de kinderen, hoewel die allemaal beter skiën dan ik. Ze willen wel, maar ze willen er niet voor betalen. Dat snap ik, voor een beetje wintersport moet je van goede huize komen. Dus richten ze zich op de aanbetaling van hun zomervakantie. Vlucht en onderkomen. En ik moet zeggen: de foto’s zijn veelbelovend, want deze kritische vakantiegangers zoeken prachtige pandjes met zwembad uit. Onze skispullen staan nu te verstoffen op de zolder. Op de skistokken na, die gebruiken de jongens voor het openen van het dakraam als er stiekem wordt gerookt. Op social media zie ik dat de vriendinnen van Claar alweer op de piste staan. Wat was ze daar graag bij geweest en wat had ik haar dat graag gegund, met mij, maar vooral ook zonder mij.

 

----------------

Wil je reageren of je aanmelden om nieuwe updates te ontvangen? Stuur dan even een email naar wouter@updateclaar.nl.